woensdag 12 november 2008

Jan Siebelink "Suezkade".



Een boek die je snel uitleest.

bron NRC.

Siebelink beschrijft het leven van Marc Cordesius, een jonge docent Frans op het (fictieve) Descartes Gymnasium in Den Haag. De roman begint op ontspannen toon met de ontmoeting die Cordesius, op weg naar zijn eerste werkdag, in de regen heeft met een beeldschoon meisje. En ook daarna gaat alles voorbeeldig: Cordesius blijkt een natuurtalent voor de klas, boekt redelijke successen in zijn strijd met de door Siebelink met weldadige spot beschreven schoolbureaucratie en oefent een kolossale aantrekkingskracht uit op een groot deel van de school. Vrouwen maken avances, mannen tonen hem naaktfoto’s van hun minnaressen, de rector wil niets liever dan de lopende zaken met zijn jongste docent doornemen.

De volharding waarmee Siebelink zijn held laat bestormen door mensen die even over zijn arm willen strijken, doet denken aan zijn vele liefhebbende lezers van Knielen op een bed violen. Ze geven het eerste deel van Suezkade iets zeer vrolijks, bijna kluchtigs. Daar komt er weer één, denk je als de zoveelste collega Cordesius een nis intrekt. Ook in andere opzichten heeft Cordesius’ positie wel iets van die van zijn schepper. Hij wordt gekoesterd door zijn gemeenschap, maar gaat daar maar half deel van uitmaken. En ook Cordesius is een begenadigd schrijver.

In Suezkade is een schrijver aan het werk die zich niet meer hoeft te bewijzen, die bij wijze van spreken schrijft met één hand in zijn broekzak. Ontspannen stuurt Siebelink in het eerste deel van de roman zijn pionnen door het fictieve schoolgebouw, een ontspannenheid die al snel overslaat op de lezer. Maar de lichtheid duurt uiteraard niet voort. Bijna alsof de auteur duidelijk wil maken dat ook de heerlijkheid van de successchrijver eindig is, laat hij in de loop van de roman de relatie tussen Cordesius zijn collega’s verslechteren en uiteindelijk escaleren. Afgewezen vrouwen, afgunstige mannen – alles duwt de held naar de ondergang.

Zo wordt Suezkade een steeds ernstiger boek, maar helaas ook een roman waarvan de feilen per pagina nadrukkelijker aan de oppervlakte verschijnen. Dan gaat het om losse eindjes in de plot, een heel oppervlakkige benadering van de ziekte anorexia en een steeds minder geloofwaardige hoofdpersoon. De losse wijze waarop Siebelink de roman heeft gecomponeerd, wreekt zich het allermeest in het slotdeel. Daarin gaat Cordesius ten onder, maar Siebelink doet dat met een cocktail aan romantechnische paardemiddelen (vechtpartijen, vandalisme, een binnenschoolse variant op execution by media en een erectiestoornis), die je een beetje beduusd en vooral teleurgesteld achterlaten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen